Executieve functies versterken: groepsgericht of individueel?
Steeds meer scholen merken dat leerlingen te maken hebben met stress, angst, somberheid of onzekerheid. Executieve functies (EF) hangen nauw samenhangen met het welzijn van leerlingen: sterkere EF helpen leerlingen beter omgaan met schoolse eisen én stress, terwijl een ondersteunende en veilige schoolomgeving op haar beurt de ontwikkeling van EF bevordert. De Onderwijsraad (2026) benadrukt dat onderwijs niet alleen dient om tekortkomingen te compenseren, maar ook actief kan bijdragen aan het welzijn van leerlingen. Welzijn is daarmee niet alleen een randvoorwaarde om te leren, maar ook een opbrengst van onderwijs, voortkomend uit sociale relaties, zingeving en het ervaren van succes.
Hoe organiseer je EF-ontwikkeling zo dat het zowel het leren als het welzijn van leerlingen versterkt? Kies je voor groepsgerichte interventies, individuele begeleiding, of een combinatie van beide? Dit is de vraag die centraal staat in dit artikel.
Groepsgerichte EF-interventies
Groepsprogramma’s worden geïntegreerd in het dagelijkse onderwijs en maken gebruik van activiteiten zoals samenwerken, projecten plannen en reflecteren op leerstrategieën. Door EF in sociale en betekenisvolle contexten te oefenen, ontwikkelen leerlingen cognitieve vaardigheden, zelfvertrouwen en een gevoel van competentie. Omdat deze interventies voor alle leerlingen toegankelijk zijn, bevorderen ze inclusie en voorkomen ze stigmatisering. Groepsgerichte interventies benutten zo de pedagogische kracht van het onderwijs en sluiten aan bij het advies van de Onderwijsraad dat scholen actief kunnen bijdragen aan welzijn (Onderwijsraad, 2026).
Individuele EF-ondersteuning
Individuele begeleiding blijft noodzakelijk voor leerlingen met hardnekkige of complexe problemen, zoals bij ADHD of autismespectrumstoornissen. Deze trajecten kunnen EF versterken, stress verminderen en motivatie en gevoel van competentie vergroten. Effectiviteit is het grootst wanneer individuele ondersteuning aansluit bij wat in de klas wordt geoefend en goed wordt afgestemd met docenten. Zo blijft de begeleiding verbonden met de dagelijkse onderwijspraktijk en wordt voorkomen dat leerlingen geïsoleerd raken.
Geïntegreerde aanpak
De meeste scholen hebben baat bij een gelaagde aanpak: groepsprogramma’s bieden een brede, preventieve basis voor alle leerlingen, terwijl individuele trajecten maatwerk mogelijk maken voor wie dat nodig heeft. In een geïntegreerde aanpak ontwikkelen leerlingen sterkere EF-vaardigheden, ervaren zij meer controle over hun leerproces, minder stress en een groter gevoel van competentie. Leren, welzijn en inclusie versterken elkaar zo binnen de dagelijkse schoolpraktijk.
Conclusie
De keuze tussen groepsgerichte of individuele EF-interventies is geen ‘of/of’-vraag, maar een afweging. Groepsprogramma’s vormen de basis en bevorderen collectieve leerervaringen en inclusie, terwijl individuele trajecten maatwerk bieden voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Door beide vormen te combineren binnen een schoolbrede aanpak kunnen scholen het leren, welzijn en de inclusie van alle leerlingen versterken, zoals de Onderwijsraad bepleit, zonder het onderwijs te overbelasten.
Lees de volledige wetenschappelijke onderbouwing van KCEF hieronder.